Logo 't Oude Slot

Historie 't Oude Slot

Hier volgt een stukje geschiedenis over ons prachtige pand op die bijzondere locatie in Veldhoven. Want wat nu Museum ‘t Oude Slot is, was in de late middeleeuwen het leengoed Valgaten van de hertog van Brabant. De oorspronkelijke bewoners droegen dezelfde naam als hun landgoed. Het was destijds een leengoed naar Roois recht, in het bezit van de graaf van St. Oederode. In 1203 koopt de hertog van Brabant de Kempen van de heren van Gelre en dan wordt het leengoed Valgaten samen met het leengoed ter Heijden in het Akkereind een leengoed van de hertog van Brabant. Van deze leengoederen werd heel precies boekgehouden, het leverde namelijk geld op en dat moest worden genoteerd in de cijnsboeken van de hertog. In het oudste bewaard gebleven cijnsboek, dat van 1312 tot 1350, is Dirk van den Valgaat de leenman van de hertog voor het Valgaten. Het woord Valgaten wijst op een hek of afsluiting van een weide of akker. In 1511 verkoopt Joest van de Valgate het goed aan Jan Gijsbregts Coolen uit Leuven.

Op 3 april 1559 koopt Francois Schotelmans van koning Philips II van Spanje, de heerlijkheid Zeelst en wordt daarmee de eerste heer van Zeelst. Francois was toen 22 jaar. In 1561 sterft hij en de familie van Eijck koopt de heerlijkheid Zeelst van diens erfgenamen. Francois is nooit eigenaar geweest van ’t Slot. Of hij er gewoond heeft weten we niet. Zijn grafsteen staat na vele omzwervingen in Museum ’t Oude Slot. Het heeft als opschrift:

'Hier leeft Beque Joenckheer Francoys Schtelmans in zijne thier Heer tot Zeelst sterft a 1561 D 9 november.;

In 1589 komt het leengoed de Valgaet in het bezit van de familie Goyart van Eijck, poorters uit den Bosch en eigenaar van het kasteel in Blaarthem. Op het leengoed bouwde Goyart van Eijck ’t Oude Slot van Zeelst. De van Eijcks bezaten al de dorpen Blaarthem en Veldhoven en vanaf nu zullen deze drie dorpen tot aan de Franse onder Napoleon, een gezamenlijk bestuur hebben.

Leenmannen & Eigenaren:
1. Goyart van Eyck.
2. Floris van Eyck.
3. Johan van Eyck, van 1648 tot 1678.
4. Rudolf van Eyck, van 1678 tot 1688.

In 1688 moest van Eyck het leengoed wegens grote schulden, overdragen aan Melchior Doncquers, zijn advocaat te Eindhoven. Doncquers is de laatste die in het leenboek van de hertog staat ingeschreven als leenman van het goed Valgaten. In 1698 koopt Adriana Cecilia van Eyck, weduwe van Christiaan van Eyck heer van Blaarthem, het volledige goed van de crediteuren van Melchior Doncquers. Het werd omschreven als: een seer plaijsant adellijck huis met sijn graften ende ophalende bruggen.

In 1701 erfde de kleindochter van Adriana, Cecilia van Eyck, het Slot. Deze kleindochter overleed kinderloos in 1709 te Antwerpen. Haar erfgename was haar tante Catharina Maria van Eyck, gehuwd met Hendrick Albert baron de Dongelberge, heer van Blaarthem.

Een gedeelte van het Slot en de boerderij werd verhuurd en in de 1ste helft van de 18de eeuw gebruikt als pastorie voor de pastoors uit Zeelst.

Uit het gezin De Dongelberge-van Eyck werden acht kinderen geboren, waarvan er maar twee in leven bleven: dochter Ludovica Joanna en zoon Franciscus Hyacintus de Dongelberge.

Deze zoon erfde in 1754 van zijn ouders het kasteel van Blaarthem en het Slot van Zeelst.
Toen hij op 20 maart 1778 zijn testament maakte bepaalde hij dat zijn enige erfgenaam Andreas del Marmol zou zijn en dat zijn erfgenaam de naam del Marmol van Eyck moest voeren. Zowel Franciscus de Dongelberge als Andreas del Marmol sterven in 1780. Aangezien Andreas kinderloos overleed, erfde zijn jongste broer Theodore Jean Laurent del Marmol het Slot.

In zijn testament had de heer van Dongelberge bepaald dat zijn erfgenaam de naam del Marmol van Eyck moest dragen. Theodore Jean Laurent del Marmol van Eyck was pas 8 jaar oud toen hij het Slot van Zeelst en het kasteel van Blaarthem erfde. In 1809 was hij stalmeester in Parijs in dienst van Hortense, echtgenote van Lodewijk Napoleon, koning van Holland. Het Slot van Zeelst verkocht hij op 4 oktober 1809 voor 3000 gulden aan Francis Donkers uit Blaarthem. Francis Donkers verhuurde het geheel aan zijn zwager Wilhelmus Keijzers.

Op 14 december 1819 kocht Wilhelmus Keijzers het oud adelijk goed, inclusief enkele percelen,  voor 3180 gulden. Keijzers heeft het Adelijck Huys omstreeks 1825 gesloopt en met het afbraakmateriaal een fraaie landhoeve gebouwd en de Vest gedeeltelijk gedempt.

Bewoners vanaf 1819:
1. Wilhelmus Keijzers – Hendrina Spooren
2. Anthonij van den Boomen – Johanna Maria Keijzers
3. Josephus van den Boomen – Petronella Snelders
4. Antonius Wilhelmus van den Boomen – Geertrudis Sanders

In 1946 is het overgebleven deel van de Vest gedempt met puin afkomstig van het Willibrorduspatronaat, in WO II door de wegtrekkende Duitsers opgeblazen.

In 1964 verkocht de familie van den Boomen de historische hoeve aan de gemeente Veldhoven en al snel daarna zagen de eerste historische exposities het licht.

 

Op initiatief van Ton Vroomans werd toen begonnen met een opgraving naar overblijfselen van het oude Adelijck Huys. De vele vondsten werden toen tentoongesteld in het bakhuis van boerderij ’t Slot. Hierdoor werd een aanzet gegeven voor het huidige museum.
Gedetailleerde informatie over de oorspronkelijke functie van het bakhuis in Brabant vind je hier.


Bakhuisje 't Oude Slot